Skip to main content

Radio 538 vulde de ruimte met een vrolijke levendigheid. Mannen en vrouwen hielpen elkaar met het aantrekken van reusachtige groene pakken en kletsten erop los met elkaar en af en toe met mij. Over de kinderen, over ditjes en datjes, er werd gelachen. Het had iets vertrouwds, iets geruststellends. Alsof ik bij iemand thuis was die ik best al goed kende.

Dat gebabbel maakte al snel plaats voor overleg over de klus die gedaan moest worden, een technische ingreep die veel indruk op me zou maken. Want ik was erbij. Ik lag erbij, deels onder een blauw doek, mijn hoofd vrij genoeg om naar links en rechts te kijken en alles goed te kunnen horen. Ik kon alles volgen.

Vanaf mijn romp tot aan de kleinste teen was ik weliswaar verdoofd, maar verder glashelder in mijn hoofd. Via een tv-scherm keek ik mee en de chirurg gaf me bij elke volgende stap de passende uitleg. Soms was een toelichting niet nodig, dan voelde ik de hamer die neerkwam op de metalen prothese, die zo werd vastgezet op de onderkant van mijn bovenbeen, tot in mijn hoofd. Of wanneer de robot aan kwam rijden om met tienden van een millimeter nauwkeurigheid mijn eigen (versleten) kniegewricht los te zagen van mijn onderbeen en zo plaats te maken voor de knieprothese.

Het zetten van zo’n knieprothese is een compositie van vier onderdelen in een perfecte balans van stevigheid en beweeglijkheid. De vrolijkheid en vlotheid waarmee de chirurg die puzzel legde toonde zijn vakmanschap. Een technisch hoogstandje van formaat.

Mijn rechterbeen gaf toegang tot een werkruimte waarin al dat geweld zich voltrok. Zolang het me lukte om in mijn hoofd ‘mijn rechterbeen’ en ‘de informatie van de chirurg’ van elkaar te scheiden ging het goed. Wanneer dat (vooral in het begin) niet meteen goed lukte, toonde mijn maag zich van zijn meest narrige kant. Techniek fascineert en inspireert me, zolang mijn eigen lijf blijkbaar niet de werkplaats is.

Een technisch hoogstandje van formaat maar van een geheel andere orde is het volgende. Toen de verdoving verdween bleek ook mijn spierkracht in rook opgegaan. Niks deed het nog, ik kon mijn rechterbeen enkel verplaatsen door het met mijn hand of andere been op te tillen en op de gewenste plek te zetten. Waren die spieren ook losgemaakt of was er iets anders aan de hand?

Voor de ingreep was het met die spieren altijd koek en ei, wat ik wilde gebeurde. Been strekken, been optillen? Zo geregeld. Traplopen? Klaar nog voor ik het vroeg. Ik vroeg er niet eens om, ik deed dat gewoon. Zo vanzelfsprekend dat ik nooit heb stilgestaan bij hoe goed geregeld dat eigenlijk was.

Maar toen kwam de operatie en het hele neurologische beveiligingteam drukte op de alarmknop, code rood. Miljoenen sensoren in en rond mijn knieholte sloegen op tilt. Sindsdien werkt niks meer. Been strekken? Stilte. Spier aanspannen? Stilte.

Ik mag nu zelf ontdekken welke spier ik hoe weer wakker maak. Met oefeningen en opperste concentratie. Door mijn aandacht gericht naar de bovenbeenspier te sturen, verbeeld ik me dat hij aanspant terwijl ik mijn knieholte naar beneden druk. Sinds een paar dagen zie ik weer iets bewegen in dat bovenbeen, ik voel weer iets van spierspanning ontstaan. Of ik druk mijn knieschijf naar beneden, span aan, laat los, en voel hoe er ergens, heel voorzichtig, rondom die patella, weer wat gaat bewegen wat lijkt op spierspanning. Beetje bij beetje, spier voor spier, lijkt het van code rood weer naar oranje, geel en uiteindelijk naar groen te gaan.

Zo bijzonder, die twee technische kanten van dit verhaal. Aan de ene kant een operatie die met angstaanjagende vlotheid en technische precisie mijn knie vervangt. Aan de andere kant beenspieren die, geheel op eigen houtje, besluiten dat de wereld om hen heen niet meer veilig is en zich terugtrekken in een soort ruststand. De techniek van de ingreep deed zijn werk in een paar uur. Het fysieke en neurologische vertrouwen herstellen, waardoor ik weer vanuit vanzelfsprekendheid kan lopen en bewegen kost me nu maanden. Misschien is dat wel het meest indrukwekkende technische hoogstandje van de twee.

Jan Fasen

Author Jan Fasen

More posts by Jan Fasen

Leave a Reply