Skip to main content

We accepteren het bijna als een natuurverschijnsel, alsof het er nu eenmaal bij hoort, het groeiend aantal leerlingen dat niet mee kan. Die vastlopen op hun school en in systemen als speciaal onderwijs verdwijnen die niet voor hen bedoeld zijn, of erger nog, helemaal uit beeld raken en thuis komen te zitten.

Stel je dit eens voor buiten het onderwijs. In de gezondheidszorg bijvoorbeeld. Dat een groeiende groep patiënten niet meer geholpen kan worden, naar huis wordt gestuurd en daar overlijdt, omdat de behandelmethoden ouderwets zijn en de beroepsgroep op een rigide manier maar niet wil innoveren. Het land zou te klein zijn. In het onderwijs halen we onze schouders erbij op en beginnen het volgende polariserende debat over de zegen van directe instructie.

Er is ruim voldoende wetenschappelijk bewijs voor zowel directe instructie als voor andere onderwijsvormen zoals bijvoorbeeld de agora-aanpak. Maar er waart een hardnekkig spook door het onderwijsdebat. Want niet de bewezen wetenschappelijke effectiviteit om tot een verantwoorde keuze voor elke leerling te komen is in de dagelijkse praktijk het vertrekpunt, het zijn de persoonlijke overwegingen of de visie van het schoolbestuur, een samenwerkingsverband of individuele leraren(teams) die de doorslag geven. En voor je het weet, wordt dan een hele pedagogische visie weggezet als romantisch, terwijl een andere wordt verheven tot de enige rationele route. Wetenschap wordt gebruikt als een winkel waar men alleen koopt wat het beste in het eigen straatje past.

Maar als we de wetenschap dan toch zo serieus nemen, laten we dat dan ook consequent doen. Diezelfde wetenschap laat immers zien dat verschillende benaderingen werken. Directe instructie, projectmatig leren, een agora-aanpak, ze dragen allemaal bij, mits doordacht en passend ingezet. Waarom zouden we leerlingen dan opsluiten in één vorm? ‘Geen enkele leerling verlaat vroegtijdig onze school, omdat we maatwerk hebben voor elke leerling’, zou een missie kunnen zijn op de gevel van een schoolgebouw, op basis waarvan het team de best passende onderwijskundige keuzes maakt voor elke leerling.

Een school hoort geen systeem te zijn waar je als leerling in moet passen, maar een leeromgeving die zich mede vormt naar wat leerlingen nodig hebben. Dat is geen romantiek. Dat is vakmanschap. Dat is verantwoordelijkheid. En volgens mij de enige manier waarop we waar kunnen maken wat we zo graag beloven: inclusief onderwijs, een passende onderwijsplek voor ieder kind waar het kan leren, groeien en slagen.

Bovenstaande column is verschenen in onzejeugd.nu 2026, nummer 5

Jan Fasen

Author Jan Fasen

More posts by Jan Fasen

Leave a Reply