Oh ironie! Op de warmste 25 februari ooit (20 gr C), zit ik buiten in de zon in korte broek en luchtig t-shirt en lees het essay van Tommy Wieringa, Optimisme zonder hoop. Dat ik dit essay nu pas lees! Dat ik het niet eerder heb ontdekt. Blijkbaar lig ik bij tijd en wijle toch onder een steen. Wieringa heeft het essay geschreven ter gelegenheid van de maand van de filosofie, al in april 2025. Het bestaan ervan ontdekte ik deze week via een post op Substack.
Wieringa slaat me vol in mijn gezicht met zijn betoog dat de klimaatcrisis met al haar politieke en maatschappelijke gevolgen ons heeft opgezadeld met een vorm van toekomstloosheid die zonder precedent is in de menselijke geschiedenis.
Ik wil de overheid oproepen om dit essay deur aan deur te verspreiden. Verplichte lectuur voor elke Nederlander. Dat zal wel niet gaan gebeuren vermoed ik, want de scherpte en het onontkoombare lot van wat ons volgens Wieringa te wachten staat, zie ik niet vertaald in plannen van het nieuwe regeerakkoord.
Die toekomstloosheid die het hele essay draagt, ligt me als een steen op mijn maag. Dat komt vooral door de zorgvuldige, genuanceerde en mooie taal waarmee hij me mee en mee voorbereidt op het einde der tijden.
Het voelt hoe je als zwemmer wordt meegezogen in een mui. Je zwemt eerst mee, dan de schrik van het eerste water in de longen, een onwillekeurige reflex om te vechten, volop hyperventilatie, paniek, het lichaam dat alles inzet op overleven. Maar langzaam, onvermijdelijk, neemt het water het over. Wat volgt is een soort overgave, het bewustzijn verdooft, het verzet lost op, en wat rest is een passief afglijden in iets wat groter is dan jij.
Zijn betoog biedt in eerste instantie geen houvast. De klimaatcrisis, schrijft hij, is geen crisis zoals oorlogen of pandemieën, crises met een natuurlijk einde, waarnaar je je hoop kunt uitstrekken als naar een vaste oever. Dit einde is er niet.
Ontluisterend is zijn beschrijving van de rol van de tech-elite in dit drama en hoe ze willens en wetens verantwoordelijkheid dragen voor de dingen die ons te wachten staan.
Wieringa: ‘Zonder uitzondering hangen Thiel, Musk, Bezos en Zuckerberg een destructief überlibertarisme aan. Wie van hen ‘vrijheid’ zegt, bedoelt uitsluitend zijn eigen vrijheid, de vrijheid van de zonnekoning. Vanuit die feodale perspectief bezien ze de wereld. Hoog boven de amorfe massa van digitale horigen zetelen zij. Nog nooit hebben ze een diepere gedachte aan maatschappij of solidariteit gewijd; een samenleving met onderling afhankelijke maatschappelijke relaties en dwarsverbanden bestaat domweg niet voor ze. Er zijn alleen consumenten en volgers, er is alleen winst en verlies. Sociale onrust is hun verdienmodel, hun inspanningen zijn er steeds op gericht om het laatste restje solidariteit en onderling vertrouwen uit de samenleving te persen en te vernietigen. Terwijl heel het maatschappelijke weefsel rafelt en uiteenvalt, metastaseren hun ondernemingen.’
Er bestaat een bunkerindustrie voor de superrijken. Zij weten welke drama’s zich zullen voltrekken. In plaats van er iets aan te doen met al die macht en miljarden die ze hebben, bouwen ze bunkers, safe havens, voor zichzelf, voorzien van alle luxe en gemakken. Zodra de dag des oordeels aanbreekt trekken ze de kluisdeuren achter zich dicht en bezien ze de wereldondergang vanuit een schietgat.
Ik schreef hierboven: ‘zijn betoog biedt in eerste instantie geen houvast’. Het slot van zijn betoog doet dat wel. Daar bespreekt hij de hoop en hoe die hoop ons geen houvast meer biedt. Hoop bewijst zijn waarde in het voorbijgaande, in levenssituaties met een mogelijk eindige duur, zoals een gevangenschap, een oorlog of een ziekte. Maar waar niet langer een positieve verwachting bestaat en de toekomst zelf een ongeneeslijk zieke is, schrompelt hij tot iets onbruikbaars ineen.
Wieringa ziet houvast in het optimisme. Waar hoop de verwachting is, is optimisme de handeling. Hij vervangt ‘wat te hopen?’ door ‘wat te doen?’ Plant een boom, verlaat de platforms van de tech-elite. Hij pleit voor een optimisme, zonder hoop. Voor een programma van optimisme waarbij je handelt, om je zo weerbaar en immuun te maken voor de teleurstellingen die op je afkomen. De motor van verzet, van openheid, spontaniteit en scheppingsdrang in moeilijke tijden.
Schitterend boek!

