Skip to main content

Handenwrijvend, enigszins opgewonden, stond de man te vertellen dat we de auto konden gebruiken, maar behoedzaam. ‘Laat de achterklep gerust dichtvallen, maar onthou dat hij pas sluit nadat je de kofferbakhendel een kwartslag draait, anders gaat die klep klapperen.’ Zijn manier van vertellen werkte aanstekelijk. Ik ging er beter door opletten. De carrosserie was een dunne stalen beplating die de auto zijn vrolijke en slome karakter geeft. ‘Let op’, zei de man, ‘er niet te hard tegenaan duwen, niet op de motorkap gaan zitten en de auto nooit aanduwen wanneer hij niet start, want deuken en plooien zijn het gevolg. De voorste stoelen kunnen prima naar voren of naar achteren, maar enkel door druk te zetten met je kont en niet met je rug. De rugleuningen zullen anders verbuigen met hun frame van vier smalle ijzeren pijpjes.’ Het dak kon open. ‘Rol het dunne stevige doek gewoon naar achteren en vergeet het daar niet vast te klikken met de twee drukknopen.’

Zijn verhaal ontroerde me, maar ook hoe simpel en doeltreffend de techniek van die auto was. Nog meer toen hij zei dat het in deze auto best hard werken is en concentratie en aandacht vraagt. Stuur- en rembekrachtiging zijn deze auto volkomen vreemd en het schakelen gaat goed mits je het met gevoel doet, rustig aanvoelen waar de pook vrijvalt, anders loop je kans hem van de eerste versnelling in zijn achteruitgang te duwen. Ik keek naar die auto, zo mooi en bijzonder vormgegeven, niets te veel aan wat een auto nodig heeft om te rijden, maar ook niets te weinig om nog een beetje comfort te ervaren. Zo had ik nog nooit naar een auto gekeken. De klimaatbeheersing kende één hendeltje dat je kon bewegen over een breedte van zo’n 10 cm, met links een rood bolletje en rechts een blauw bolletje. De kenners en liefhebbers hebben allang door over welke auto ik het heb!

Dat we daar stonden kwam door mijn jongste zoon. Mijn vrouw verzamelde vroeger Eendjes in allerlei types en kleuren, maar had er zelf nooit eentje gereden. Vandaag was haar dag. Haar beide zonen trakteerden haar op een hele dag toeren in een Eend, knalrood en prachtig om te zien, en wij mochten mee. Vier volwassenen in een Eend. De 2-cilinder boxermotor van 27 PK reed ons probleemloos door het Limburgse Heuvelland, kondigde zich al van verre aan met zijn typische luidruchtige geloei, waardoor we veel en vrolijk bekijks kregen. Niet zelden gingen de duimen van wandelaars die we langsreden omhoog, meestal van mannen overigens.

Toen ik een poosje in die auto zat droomde ik wat weg, ik hoefde zelf (gelukkig) niet te rijden en gaf me over aan zijn traagheid, zijn stroefheid en zijn bij tijd en wijle oorverdovend lawaai. Het prima zitcomfort van de stoelen hielp wel een handje. De woorden aandacht en eenvoud gingen door mijn hoofd. Zonder de liefdevolle aandacht van de chauffeur werkte niks bij deze auto en de eenvoud van dit karretje was ronduit vertederend. De traagheid stoorde niet, ik was er eigenlijk wel aan toe.

Hij kan niet sneller, dus ik ook niet en ik hoef dan ook niet sneller. Laat maar los, laat maar gaan.

Maar opeens dacht ik aan die dunne stalen beplating van deze auto. Ik zat in een auto met een carrosserie niet sterker dan een zijden voile blouse. Als pluimpjes van paardenbloemen pufte de uitlaat een geur van stikstof en kooldioxide mijn neus in. Op dat moment trok de werkelijkheid een rits open en gleed de bekende, strakke schaduw van mijn eigen luxe, stille en veilige auto alle dromerij aan diggelen.

Ik stapte weer in mijn eigen auto. De deur sloot met één doffe klik. De motor zei niets. Ik reed weg. Comfortabel. Stil. Snel. En ik miste iets.

Jan Fasen

Author Jan Fasen

More posts by Jan Fasen

Leave a Reply