Skip to main content

Agora: onderwijs als oefenplaats voor het leven

Het artikel in de Groene Amsterdammer onderzoekt hoe het kan dat Agora nog steeds bestaat en zelfs groeit. Voor mij ligt het antwoord niet alleen in onderwijsvernieuwing, maar in iets dat fundamenteler is. Agora is meer dan een visie op leren. Het is een visie op leven. Op hoe we willen samenleven. Op hoe we kinderen al vroeg een omgeving willen bieden waarin zij dat samenleven kunnen leren, oefenen en vormgeven.

Daarmee is Agora voor mij, misschien ambitieus geformuleerd, een uiterst serieuze poging om bij te dragen aan een betere samenleving. Niet in de zin van een groot ideaal dat van bovenaf wordt opgelegd, maar in de overtuiging dat een samenleving sterker wordt wanneer elk kind eerlijke kansen en de tijd die hij nodig heeft krijgt om zelf zijn plek in het leven te zoeken en te vinden. Dat lukt het beste wanneer een school de kinderen elke dag opnieuw in omstandigheden brengt waarin ze ruimhartig en zonder dwang of drang kritisch leren denken. Leren dat ze het samen met elkaar moeten doen en dat ze er in essentie voor elkaar zijn. Dat ze zelf hun leerprogramma mogen bepalen en op die manier de kans krijgen maximaal te ontdekken waar hun talenten en hun interesses liggen en waar ze zich later in willen specialiseren.

Op Agora krijgt ieder kind ruimte om zich individueel te ontplooien. Om een stevig zelfbeeld te ontwikkelen en uit te groeien tot een krachtig individu. Maar altijd in het besef dat echte groei alleen mogelijk is wanneer we ook verantwoordelijkheid voelen voor het succes en het welzijn van de ander. Rekening houden met de ander, zonder jezelf te verliezen. Het individu wordt zo een persoon met een waardenkompas, én met de vaardigheid om vanuit dat kompas te leven en zich tot anderen te verhouden.

Vanuit die overtuiging vind ik het zo belangrijk dat Agora een onderwijsvorm is die de invloed van opleidingsniveau en achtergrond van de ouders zo klein mogelijk maakt. Alleen dan krijgt een kind een zo eerlijk mogelijke kans om een eigen levensrichting te ontdekken, los van tradities, gebruiken, conventies en verwachtingen die misschien vanzelfsprekend zijn in de omgeving waarin het opgroeit, maar niet per se passen bij wie het zelf wil zijn. Niet selecteren op alleen basisschooladvies of postcode is dan een voorwaarde. Maar werken in heterogene groepen, los van leeftijd en leerniveau. Met een onderwijsaanpak waarin elk kind vanuit nieuwsgierigheid, verwondering en inspiratie een eigen leerprogramma kan vormgeven.

Hoe houd je zoiets levend en van kwaliteit?

Toen het aantal agorascholen groeide, werd het noodzakelijk om samen te organiseren hoe we de bedoeling van Agora en de kwaliteit van het agora-onderwijs in die scholen kunnen blijven bewaken én versterken. Daarom heb ik toen samen met de al bestaande scholen een vereniging opgericht met drie doelen:

  1. Het veiligstellen van de visie en bedoeling van het Agora-onderwijs en het versterken van de uitvoering daarvan binnen de aangesloten scholen.
  2. Het ontwikkelen van een infrastructuur en voorzieningen die scholen in staat stellen om, vanuit de Agoravisie, samen te werken en elkaar te ondersteunen in het realiseren van de best mogelijke onderwijspraktijk.
  3. Het ontwikkelen van instrumenten waarmee scholen het leer- en werkplezier, het vakmanschap van professionals en de opbrengsten voor leerlingen voortdurend kunnen verbeteren.

Daarbij werken we vanuit een aantal leidende principes die naadloos aansluiten bij hoe we met leerlingen omgaan:

  • We zoeken naar mogelijkheden, niet naar waarheden.
  • Iedereen blijft leren en zich ontwikkelen.
  • Geen enkele school loopt voorop, geen enkele school loopt achter.
  • We ontwikkelen het Agora-onderwijs met elkaar en voor elkaar.
  • We maken elkaar beter door elkaar aan te moedigen, uit te dagen, uit te nodigen en te inspireren.

Agora in een systeem dat niet agoriaans is

Agora bestaat en groeit binnen een onderwijssysteem dat in uitgangspunten sterk verschilt van de onze. Dat maakte het mijn belangrijkste opdracht om samen met de scholen continuïteit te organiseren binnen het bestaande systeem én binnen het toezichtskader van de wetgever.

Die continuïteit rust op drie pijlers.

1. Onvoorwaardelijke trouw aan de visie
De visie is ons vertrekpunt én ons eindpunt. Welke uitdaging zich ook aandient, elke dialoog en elke reflectie begint en eindigt daar.

2. Professionals uitrusten met een gedeelde gereedschapskist
We ontwikkelen hulpmiddelen, kijkwijzers en reflectiematerialen voor alle agorascholen. Niet als voorschrift voor hoe het moet, maar als instrumenten voor dialoog en professionele groei. Middelen waarmee professionals hun eigen, bewuste keuzes in de praktijk elke dag verder kunnen verfijnen.

3. De toezichthouder helpen begrijpen wat wij doen
Ik heb het inspectiekader als het ware herschreven in agoriaanse taal, zonder afbreuk te doen aan wat de wetgever onder goed onderwijs verstaat. Zo ontstaat een gedeelde taal en een gedeeld begrippenkader, waardoor inspectie en scholen elkaar daadwerkelijk kunnen begrijpen en beoordelen op wat er in de dagelijkse praktijk gebeurt.

4. Grootste uitdaging waar we nu voor staan?

De bekostiging van agorascholen is gelijk aan de bekostiging van alle PO- en VO-scholen in Nederland. Hoe hou je een onderwijsvorm die een vorm van maatwerk voor elke leerling garandeert zoals Agora doet betaalbaar? Dat vraagt om een verdere professionalisering en slimme manieren van inzetten van medewerkers op onze scholen, zonder tekort te doen aan de essentie van waar een leerling op moet kunnen blijven rekenen en het werkplezier van alle medewerkers.

Wordt vervolgd!

Jan Fasen

Author Jan Fasen

More posts by Jan Fasen

Leave a Reply