AI kan leerlingen helpen om informatie toegankelijker te maken, hun denken te verbreden, vragen aan te scherpen en nieuwe perspectieven te verkennen. We zouden onze leerlingen tekortdoen wanneer we hen niet leren hoe zij deze technologie bewust, kritisch en creatief kunnen gebruiken.
Tegelijkertijd is niet alles wat AI kan overnemen ook iets wat we wíllen laten overnemen.
Agora-onderwijs gaat immers niet alleen over het vinden van antwoorden of het produceren van een goed eindresultaat. Het gaat ook over nieuwsgierig worden, zelf vragen leren stellen, aandachtig waarnemen, omgaan met twijfel en niet-weten, een eigen stem ontwikkelen en samen met anderen tot nieuwe inzichten komen.
Op een agoraschool begint leren bij de nieuwsgierigheid van de leerling. Het krijgt betekenis in relaties met anderen en in de open ruimte waarin iets nieuws mag ontstaan. AI kan dat proces versterken, maar ook verarmen wanneer het te snel antwoorden geeft, de stilte opvult, ontmoetingen vervangt of denk- en maakwerk overneemt dat voor de ontwikkeling van de leerling essentieel is.
Daarom heb ik voor agoraschool het Atel!er ’t Gooi een richtlijn voor het gebruik van AI geschreven, met ondersteuning van AI. Geen verzameling verboden en ook geen kritiekloze omarming van technologie, maar een pedagogisch kompas:
De leerling denkt en handelt eerst zelf. AI kan het denken vervolgens verbreden, verdiepen of ondersteunen. Daarna maakt de leerling opnieuw zelf keuzes en vervolgt hij zijn eigen leerproces.
De richtlijn is geschreven voor agoraschool het Atel!er in ’t Gooi, maar nadrukkelijk ook bedoeld als uitnodiging tot gesprek binnen de agorascholen van de Vereniging Agora Onderwijs.
Wat willen we met AI mogelijk maken? Wat willen we bij onze leerlingen ontwikkelen? En wat moeten we, juist nu AI steeds krachtiger wordt, samen beschermen?

